Om liefde smeek ik in mijn kindertijd
Helaas.. hiervoor is er nauwelijks tijd
Eigenlijk moet ik daar om vragen
Maar heb niet de moed om dit te wagen
Eenzaam en alleen
Mijn gevoel kan nergens heen
Ik verstop mijn verdriet
Zodat niemand het ziet
Stil in een hoekje zit ik na te denken
En probeer met mijn lievelingspop de liefde te wenken
Heb ik iets verkeerd gedaan
Houd ik daarom de liefde bij me vandaan
Ik mis een knuffel, armen om me heen
Tranen biggelen over mijn wangen, ik ben niet van steen
Zelfvertrouwen, ik weet niet wat het is
En hoe kan ik weten dat ik dit mis
Bij mijn vriendinnetjes voel ik me zo onzeker
En oog ik steeds bleker
Ik ben anders en slik veel weg
Is dat niet dapper zeg
Door stoer te zijn
Voel ik minder pijn
Ik zal wel voor de liefde moeten vechten
En daardoor zal ik me steeds meer gaan hechten
Niets kan ik dan alleen
Ik heb iemand nodig, ik kan nergens anders heen
Afhankelijkheid
Al die tijd
Ik word ouder en liefde moet ik verdienen in al die jaren
Daarop blijf ik me blind staren
Maar nu, in deze fase van mijn leven
Weet ik wie mij liefde kan geven
Dat ben ik zelf, eerst moet ik vele lagen helen
Hier sta ik nu en heb mezelf lief met heel mijn hart
En maak iedere dag een nieuwe start
Het veranderingsproces voltrekt zich snel
Meestal voelt het als de hemel maar soms is er de hel
Die moet er zijn om te kunnen groeien
En het licht op mijn schaduwkanten te laten schijnen om nog meer te gaan bloeien
Het kind in mij voelt nu de liefde heel goed
Het maakt haar sterk en geeft haar zoveel moed
Alles wat ze ooit tekort is gekomen
En waarvan ze alleen maar kon dromen
Kan zich nu manifesteren
Ze hoeft zich niet meer te verweren
En ook niet te bewijzen
Ze blijft innerlijk doorreizen
en vindt dit een spannend gebeuren
Om liefde hoeft ze niet meer te zeuren
Het is de verbinding die ze met zichzelf heeft
En die nu voor eeuwig binnen in haar leeft.

(Uit Gedichtenbundel: DE BRUG NAAR MAGIE)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *